dinsdag 13 november 2007

Trektocht Engadin 2007: 5. Dag 3

5. Dinsdag 21 augustus 2007: Chamanna d’ Es-cha – Fuorcla Gualdauna (2491m) – Albulapass (2312m) – Fuorcla Crap Alv ( 2466m) – Val Bever (2018m) – Chamanna Jenatsch (2652m)

De ochtend brak fris aan en de angst om buiten een pak sneeuw te zien, bekroop me. Een blik door het kleine raampje stelde me echter gerust.

De weliswaar natte doch groene weide lachte me de morgen in. Je zou zweren dat het lichter was dan de voorbije dagen en dat we verder konden zien…Het regende alleszins al niet meer, dat was al een tweede pluspunt. We hadden gevraagd om tegen 6u30 te mogen ontbijten omdat we wisten dat het een lange dag ging worden. Variatie in het ontbijt was er niet: zelfde brood, confituur en kaas. Inpakken was snel gedaan, er mocht gewoon niets meer achterblijven. Ik had al besloten om Geert zijn stijgijzers nog bij mij in te laden om zodoende zijn rugzak toch weer een beetje te ontlasten. Om klokslag 7u40 stonden we buiten. Jos kwam ons nog persoonlijk uitwuiven en wenste ons een goede reis en weg waren we. Het eerste uur kondigde zich gemakkelijk aan: het pad was lichtjes dalend en liep in een grote boog boven Val d’ Es-cha. De sneeuwgrens was de afgelopen nacht toch een behoorlijk stuk gedaald maar de wolken hingen nog te laag om echte fotogenieke beelden op te leveren. Verder in het Engadin speelden de wolken en de zon een betoverend schouwspel in de dageraad. Het was heel stil om ons heen, niets bewoog, alleen wij. Halverwege onze afdaling stootten we op iets merkwaardigs. Op een uitgestorven steenlawine van een typisch donkergrijs gesteente, was door mensenhanden en door de jaren heen een veld van steenmannetjes ontstaan. De grillige vormen en de torentjes in het waterige ochtendlicht deden me onmiddellijk aan een kerkhof denken…een kerkhof van steenmannetjes.

Het was prachtig en akelig tegelijkertijd, we wisten niet goed wat er van te denken en passeerden het zwijgend. Ik sloot de groep en droeg letterlijk mijn steentje bij. Dit was een plek die we nooit meer zullen vergeten. We passeerden enkele riviertjes die vanaf het Fuorcla Pischa naar beneden kwamen. Dit zadel was de doorsteek naar Chants en zo verder naar Bergün, bekend door de spoorwegfanaten vanwege de vele trechtertunnels op dit smalspoor richting Engadin. Net toen we bijna op Fuorcla Gualdauna waren, ontdekten we een kudde gemzen op een puinhelling. Eentje kwam in een rotvaart naar beneden gelopen, dat was dus de gemzen manier om af te dalen: alvorens je kunt vallen of wegschuiven moeten je poten alweer vertrokken zijn. Misschien moesten we het ook maar eens proberen? De rest van de kudde nestelde zich op de glinsterende berghelling.

Aan de overkant ontwaarde het Val d’ Alvra of het Albuladal zich aan onze voeten. Hier hadden we heel wat afstand af te leggen Eerst langs de groene glooiingen tot beneden en dan langs de weg tot voorbij het hoogste punt: de Pass d’Alvra of Albulapas.

De afdaling doorheen de weiden was lang en zeer nat. Hoe lager we kwamen, hoe meer modder we hadden en van een pad was nog nauwelijks sprake. Het voorruitzicht om een heel eind over de weg te lopen, zagen we niet echt zitten en we staken de straat over om aan de andere kant een pad te zoeken. Uiteindelijk kwamen we toch weer op het asfalt uit en zat er niet veel anders op om dit te volgen. Veel verkeer was er niet op deze ochtend. De pas is in ieder geval al niet druk bereden wegens zijn smalheid. Even later werden we weer opgeschrikt door een hallucinant beeld: Een tractor reed doorheen de hobbelige weiden aan de overkant, terwijl een dode koe, vastgebonden aan de nek, voortgesleept werd.

Het dier was kennelijk al enige tijd dood want de buik was al serieus opgezwollen. De boer had ook geen enkele andere mogelijkheid om het kadaver op een meer respectvolle manier te vervoeren in dit onherbergzame landschap. We stonden er wel even naar te gapen… We passeerden nog een vrij groot meertje met aanpalende boerderij waar nog menig kalfje rondliep en even verder waren we op het hoogste punt van de pas. De Hospiz was redelijk uitgebouwd en bevatte naast een souvenirwinkeltje een vrij ruim restaurant en zelfs enkele kamers om te overnachten.


We vonden dat we wel al iets hadden verdiend en gingen binnen voor een soepje of een cola. Het brood bij de soep was heerlijk en een verademing na twee dagen hetzelfde brood in de vorige hut. Geert had zijn dag vandaag ingedeeld in etappes waarvan er enkele de mogelijkheid gaven om de huttentocht te verlaten. De voorbije dagen hadden hem zeer realistisch gemaakt en dit was zijn manier om keuzes te maken. Het eerste doel was het zadel geweest en dit was het tweede doel. Op deze plaats had hij de mogelijkheid om de bus richting Engadin te nemen, maar er was geen reden toe: alles verliep goed en we zaten op schema. De vrouw des huizes was niet overdreven vriendelijk maar we lieten het niet aan ons hart komen. Grappig genoeg zat aan een tweede tafel een kwartet dat we gisteren ook al hadden gezien in de Es-cha-hütte. Blijkbaar waren ze na hun maaltijd gisterenmiddag nog in de regen/hagel/sneeuw afgedaald en hier blijven overnachten. We trakteerden ons nog op een goed toilet (als je niet consumeerde vroegen ze 2 CHF!!) en zetten de tocht verder, het was nog een heel eind en het moeilijkste moest duidelijk nog komen. We vervolgden onze weg langs een breed pad dat naast de asfaltweg liep, maar iets steiler naar beneden zodat niet alle bochten gevolgd werden.

Even verder kwamen we dan terug op de weg uit en moesten deze oversteken om hem dan voorgoed achter ons te laten. De lucht bleef dreigend op ons neerkijken maar was voorlopig genadig voor deze drie nietige wezens in dit woeste landschap. Eens de pas achter ons gelaten, was de verlatenheid weer koning en in de verste verte was geen menselijke ziel te bespeuren. Na een korte steile klim werd het pad vlakker maar ook drassig door de regen van de afgelopen dagen en door de aanwezigheid van heel wat beekjes, vennen en meertjes.

Soms was het pad zelfs volledig ondergespoeld en moesten we onze uitweg zoeken door van graszode naar graszode te springen. Voorbij deze meertjes: Crap Alv Laiets genaamd, boog het pad naar links en weer steiler omhoog richting Fuorcla Crap Alv alvorens voorbij Chamanna Spinas te lopen. Dit was blijkbaar een privéhut, die er nu gesloten bijstond. Kathleen had tijdens de klim wat voorsprong genomen door rustig haar eigen tempo te stappen. Bij Geert was het tempo minder vloeiend en ik besloot dan ook om bij hem te blijven. Toen we zelf aan de hut waren, was Kathleen al iets verder doorgestapt, echter in de verkeerde richting want het pad splitste: ééntje ging naar het zadel waar we over moesten, een ander pad boog meer naar rechts en hogerop. We discussieerden even over de beste plek om even halt te houden en besloten dat aan de hut te doen. Kathleen keerde dan maar op haar stappen terug maar in het omdraaien struikelde ze over een steen. Niets speciaal maar door het gewicht van haar rugzak verloor ze het evenwicht, dook voorover en ging over kop naar beneden. Dit alles gebeurde in een fractie van een seconde en Geert en ik stonden aan de grond genageld. Na het besef spurtte ik naar boven waar Kathleen ondertussen al weer rechtkrabbelde. Het bloed liep langs haar gezicht en haren. Een grote snee in het rechter oor was de oorzaak, verder had ze nog een dikke buil achter het oor. Door het koude weer konden we het bloed vlug stelpen en met wat moeite een pleister aanbrengen zodat de snee niet telkens terug open zou gaan. Ik kan je verzekeren dat het niet echt handig is om een pleister op een oor te plakken maar het hielp. De pijn kwam pas later opzetten maar al bij al viel het wel mee, ze had geluk gehad want een stom voorval als dit kan dikwijls veel erger gevolgen hebben. Ondertussen, hoe kon het ook anders, was het weer beginnen regenen en we zochten wat beschutting tegen de verlaten hut om wat te eten en van de schrik te bekomen.

Plotseling zag alles er veel grijzer en mistroostiger uit en het gevoel van “wat doen we hier eigenlijk” bekroop me.

Naar Geert zijn normen was doel drie bereikt, er waren er nog twee te gaan: de afdaling tot het Val Bever (tevens het “point of no return”) en de Jenatschhütte zelf en dat was nog 650m klimmen eens in het dal aangekomen, we moesten echter eerst nog een dikke 400m dalen. De moed werd weer bij elkaar geraapt en we daalden af in de gietende regen. Het liep van in het begin niet echt lekker en vlot en Geert kreeg last in de knie. Deze had hem jaren met rust gelaten maar nu op dit moment dacht zijn lichaam er anders over. Zijn grimassen maakten duidelijk dat het niet gespeeld was. Kathleen die zeer goed kan dalen was al gauw uit het zicht verdwenen. We zagen nog nauwelijks een hand voor ogen en Geert moest elke tien passen halt houden. Bijna beneden stond Kathleen onder één van de eerste bomen wat beschutting te zoeken en we daalden verder af naar het bos dat “ Palüd Marscha” werd genoemd om daar de brede dalweg richting “boven” in te zetten. Aan de eerste boerderij “ Zember da Palüd Marscha” hielden we halt om onder het afdakje van de voordeur een Mars binnen te steken en Geert zijn knie te laten inzalven. Het was een pijnlijke afdaling geweest maar nu het terug bergop ging, ebde de pijn weg en kwam het vertrouwen terug om door te zetten, hij kon nu niet meer terug. Terug wat op krachten gekomen, zette we de tocht doornat verder.

Gesproken werd er niet veel, ik kon alleen maar hopen dat het ooit zou ophouden met regenen. Veel slechter kon het weer toch niet meer worden en waren de voorspellingen naar het einde van de week niet hoopvol? Het was het enige lichtpunt om ons aan op te trekken. We passeerden een tweede boerderij: Zember da Suvretta, nog eentje te gaan alvores de almen ophielden. De weg toonde duidelijke sporen van koeien en al wat ze achterlaten…We kwamen zowaar twee mensen tegen en vroegen ons bijna hardop af vanwaar ze kwamen, met een paraplu nog wel…Het pad bleef zich door het dal slingeren, dan eens stijgend, dan weer wat dalend, we leken geen meter te winnen. Soms leek het even wat lichter te worden maar de regen bleef met bakken uit de lucht vallen. Geert raakte langzaam achterop, zelf sjokten we ook verder. Als het al niet fysiek is dan zaten we er mentaal door.

Het venijn zat in de staart, we wisten het wel maar het bleef zwaar vallen. De slotklim was nog lang en steil en de regen veranderde stilaan in natte sneeuw. Geert was nu helemaal uit het zicht verdwenen. Eindelijk zagen we de vlag, nog 150m…

Om 17u30 “strompelden” Kathleen en ik naarbinnen. Andrea die hier enkele weken verblijft om Hüttenwirt Heini bij te staan, verwelkomde ons met open armen en met hete, zwaar gesuikerde vruchtenthee. We kikkerden er al vlug van op. We beseften echter dat Geert nog achter was en ik trok terug mijn doornatte jas aan en ging naar buiten. Tot mijn vreugde bleek zijn achterstand helemaal niet zo groot te zijn als gevreesd en ongeveer een kwartier later stapten we samen door de zijdeur naar binnen. Andrea had zijn glas thee ondertussen al weer opgewarmd. Heini bood onmiddellijk aan om Kathleens bergschoenen boven het fornuis te drogen. Zo’n ontvangst, dat noem ik nog eens Zwitserse berghutten en gastvrijheid, we werden er warm van vanbinnen en het was niet alleen van de thee.

Van nostalgie gesproken: we kregen dezelfde kamer toegewezen als in 2004 en sleurden onze spullen naar boven om iets droogs aan te trekken voor het avondeten dat om 18u30 opgediend werd. Er was nog een jong koppel aanwezig in de hut en dat bleek alles te zijn…wie wil er hier nu zitten met zo’n hondenweer… Als avondeten wisten we al dat je in de Jenatsch altijd voor verrassingen kan staan, weliswaar in goeie zin en het was dit keer niet anders. We begonnen met Aspergeroomsoep, met meer room dan asperges. Als hoofdschotel was het polenta met warme beenhesp en een mengeling van wortelen en courgette als groente en nog een bladerdeeggebak met vruchten als toetje. Dit alles nog eens goed gesaust met een half litertje Calanda Bräu, heerlijk! Buiten lijkt het weer wat minder guur te worden, af en toe breekt de zon even door maar even later wordt het zicht weer bijna 0 en is het aan het sneeuwen. We hebben geen GSM bereik in de hut en nestelen ons gezellig in een hoekje van de verwarmde gelagzaal. We slaan een praatje met de twee andere gasten die in Engadin wonen (de gelukzakken) al blijkt het leven er verschrikkelijk duur te zijn. Even later hoorden we van Andrea dat er nog drie mensen telefonisch gewaarschuwd hebben dat ze op komst zijn. Dit moet echt wel gekkenwerk geweest zijn, de avond viel al. Tegen 21u25 vielen ze binnen, doornat en verkleumd. Ze hadden campeermateriaal bij en vroegen of ze het konden drogen. Ze kookten hun potje zelf want de keuken was onherroepelijk dicht. Toen we niet meer konden ophouden met geeuwen, kropen we onder de wol. Het was een zeer lange dag geweest met erg wisselende stemmingen. Het was duidelijk dat een nieuwe dag regen erg zwaar op het gemoed zou werken, het zou gaan beteren maar het ging wel erg traag…


Trektocht Engadin 2007: 4. Dag 2

4. Maandag 20 augustus 2007: Chamanna d’ Es-cha – Porta d’ Es-cha (3008m) - Chamanna d’ Es-cha

De nacht was, zoals steeds de eerste nacht in een berghut, onrustig verlopen. Ik vermoed dat de hoogte toch een rol speelt in het moeilijk vatten van de slaap want meestal ben je moe genoeg… Om 7u10 stonden we op. Traditiegetrouw wierp ik eerst een blik door het raam: alles volledig in de mist, maar geen regen. We sprongen in onze kleren: de keuze was vlug gemaakt naar de weersanalyse --> regenbroek en begaven ons naar het ontbijt. We schoven in stilte aan de tafel, Claudio en Jorge waren reeds vertrokken. Er was bruin brood, jam en kaas en een lekkere kop hete zwarte thee. Het feit dat het al niet meer regende, beurde ons wat op en we besloten om zeker op pad te gaan. Porta d’ Es-cha was het eerste doel, misschien nog een stukje van de gletsjer, we deden in elk geval het materiaal mee. Na een extra boterham, een bergwas en een toilet stonden we om 8u40 klaar om te vertrekken.

Geert had zijn heup een extra smeerbeurt gegeven en had goed geslapen, Kathleen had net als ik wat liggen woelen in een ritme van wakker en slapen. Na 50m stappen, konden we de hut al niet meer zien staan en even verder viel de eerste fijne hagel naar beneden. Onder het motto: van hagel wordt je tenminste niet of niet zo snel nat, gingen we toch maar verder. Het gras maakte al zeer vlug plaats voor ruwe puinhellingen en in combinatie met de dichte mist en de hagel kwam dit zeer grillig en mysterieus over. Geert zette er een goed ritme in, blijkbaar verlost van de pijn. De stappen waren nog altijd wat onzeker, maar de wandelstokken boden de nodige ondersteuning. We probeerden ons eerste doel te ontwaren tussen de wolkenflarden, maar het was moeilijk. Als we even halt hielden, merkten we hoe stil het eigenlijk wel was: we hoorden alleen het tikken van de fijne hagelsteentjes die plagerig onze regenkledij streelden. Hun aantal vermeerderde echter zienderogen en er vormden zich al snel kleine witte hoopjes achter stenen en rotsen. Net voor we een eerste plateau bereikten, hielden we nog even halt om iets te eten.

Het plateautje zelf was een woestenij van kleine en middelgrote stenen met enkele kleine plassen. Vanaf hier liep het blauw-witte spoor verder over de eeuwenoude morenen van een gletsjer die er al lang niet meer was. Het pad werd moeilijker en drukte zich tegen de rotswand aan. We hadden nog een 40m te klimmen toen Geert er de brui aan gaf. Hem overhalen om toch het laatste stuk te doen had geen zin. De laatste 20m was het klimmen geblazen in een couloir, beveiligd met een stalen ketting. We lieten onze rugzakken bij Geert achter. De ambitie om nog een stukje van de gletsjer mee te pakken was verdwenen, ook al door het onophoudelijk gehagel. De couloir was niet gemakkelijk, op zo’n stukken ontbreekt het me duidelijk aan lenigheid, maar daar heb ik al mee leren leven, het tikkeltje angst dat er dan bijkomt houdt me wel alert.

Ondanks het slechte weer was het uitzicht verbazend. De gletsjer was veel groter dan ik had verwacht, maar de aanzet was al een heel stuk in de diepte weggezakt en niet zonder slag of stoot bereikbaar. Kathleen en ik genoten terwijl we wachtten op het optrekken van de wolken om misschien een glimp van de top te bemachtigen. Het wachten werd beloond en de Piz Kesch gaf zich aarzelend vrij.

We zagen ook onze twee Zwitserse vrienden klimmen aan de bovenkant van de gletsjer. Het was echter moeilijk te zien of ze nog aan het stijgen dan wel aan het dalen waren.

De koude wind maakte een einde aan het turen en we daalden terug af langs de couloir. Het was niet gemakkelijk langs de ketting en er moest regelmatig van kant gewisseld worden.

Geert was ter plaatse blijven wachten en had het koud gekregen. We lieten hem alvast vertrekken en staken zelf nog iets tussen de kiezen. Het begon weer harder te hagelen en de zichtbaarheid ging weer zienderogen achteruit. Eindelijk kregen we een blik op het achterbouwtje van de hut en tegen 12u15 stonden we uit te druipen in de daartoe voorziene ruimte waar ook de schoenen en het technisch materiaal werden gestald. De hut telde ook nog een tweede gelagzaal die dienst deed als Winterraum en de vrouw van de Hüttenwirt had deze ruimte voorzien van de nodige waslijnen zodat we onze jassen en regenbroeken te drogen konden hangen. Binnen in de gelagzaal brandde de kachel en de gezelligheid lachte ons tegemoet. We vleiden ons op de gladgesleten houten banken en bestelden Rösti, spiegeleieren en brood en de noodzakelijk 3 halve liters (ééntje voor elk…) om het vochtgehalte terug op peil te brengen. We kaartten nog wat na over deze korte tocht. Ondanks de stop van Geert was het toch heel bevredigend geweest en zelfs bij perfecte lichamelijke condities hadden we waarschijnlijk besloten om de klim naar de top niet te wagen wegens te slecht weer. De zalf van Geert had goed zijn werk gedaan en er kwam opnieuw wat vertrouwen. De tocht van morgen zou de echte vuurproef worden. Niet zo zeer door de technische moeilijkheid dan wel door de lengte: meer dan 21km met 650m stijgen helemaal op het einde naar de volgende hut.

We observeerden de enkele dagtoeristen die toch nog langs de hut passeerden en zich wat graag een beetje kwamen warmen en de inwendige mens versterkten. Het waren bijna allemaal ouderen (als ik 50+ zo mag noemen). Het valt nog steeds op hoe weinig echt jonge mensen je wel tegenkomt in een wat minder herbergzaam gebied. Maakt de huidige maatschappij de mensen dan fysiek lui? Of is het het feit dat het jachtig leven van elke dag door het systeem van tweeverdieners de mensen er toe aanzet om in hun vakantie eerder te kiezen voor fysieke rust…Ik weet het niet…En eigenlijk vind ik het helemaal niet erg. Laat de bergen maar de rust die ze uitstralen, de horden toeristen hoeven hier niet rond te lopen.

Voor het eerst in mijn leven kon ik Kathleen overhalen om een spelletje kaart te spelen. Mijn keuze om te “kingen” met drie was achteraf gezien misschien niet de juiste keuze door het steeds wisselen van de spelletjes en na één manche gaven we er dan ook de brui aan. We stortten ons nog in de “huttenlectuur” en zo passeerde de namiddag

Voor het avondmaal waren we nog juist geteld met vijven.

Onze Zwitserse gids en zijn kompaan waren met succes van de top teruggekeerd en hadden zo een eerste stap gezet in hun acclimatisatieproces om later het Berninamassief aan te vallen. De keuken trakteerde ons op een ovenschotel met boekweitpasta, aardappelen, groenten en chipolataworstjes. Zowaar een stevige bergkost, we dronken er onze getrouwe liter rode wijn bij en probeerden het gesprek met de Zwitsers in ons beste Duits op gang te houden. Buiten was het ondertussen gestopt met hagelen, nu vielen de vlokken sneeuw met pakken uit de grijze hemel. Gelukkig lag de temperatuur nog net boven het vriespunt of we hadden meteen een sneeuwballengevecht kunnen houden. De Hüttenwirt kwam aan de tafel afrekenen. Zoals steeds kropen we tijdig in onze lager, de kamer was afgekoeld en we legden een extra donsdeken bij, er lagen er toch genoeg.


maandag 12 november 2007

Trektocht Engadin 2007: 3. Dag 1

3. Zondag 19 augustus 2007:
St.-Moritz – Madulain (trein) (1697m) – Chamanna d’ Es-cha (2594m)

Een wekker was niet echt nodig, ik werd spontaan wakker rond 7u00. De eerste blik door het raam gaf al goesting om direct weer terug te kruipen.

In tegenstelling tot de mooie sterrenhemel van de avond ervoor, hingen de wolken nu zowat tot tegen de grond, het was wel nog droog maar voor hoe lang nog? Kathleen was ook al wakker, we namen om de beurt een douche en kleedden ons aan. Het ontbijt was vanaf 8u en was sober maar voldoende: er was kaas en vlees, confituur en honing, brood of cornflakes en yoghurt. We hadden nog maar net een plaatsje bij het raam gevonden of de regen gutste al naar beneden. We probeerden de moed erin te houden maar het vooruitzicht om al kletsnat aan het station aan te komen, hielp niet echt. Na het ontbijt maakten we de rugzakken voor een laatste keer klaar en droegen de rest van de bagage naar de auto. Die kon de hele week blijven staan omdat we de laatste overnachting in hetzelfde hotel gingen doorbrengen. De waard probeerde ons nog op te beuren door de radarbeelden te laten zien waarop duidelijk was dat de bui wel heel plaatselijk was. Hij kreeg nog gelijk ook want toen we goed en wel richting station aan het stappen waren, hield de regen op. Ondertussen waren we wel wat tijd verloren door het oneindig lang wachten terwijl andere gasten wilden afrekenen. De trein kwam om 10u02 en het was echt wel lopen geblazen! Met een zware rugzak over een asfaltweg viel dit niet mee. Op de koop toe was het vrij druk in het station. We besloten dat ik achter kaartjes ging lopen terwijl Kathleen en Geert al gingen uitvissen welk perron we moesten hebben. Er stond gemakkelijk tien man aan het loket en zoveel tijd had ik niet. Er was gelukkig ook een automatische ticketjesmachine. Het was echter niet mogelijk om 3 ticketjes tegelijk te kopen en in mijn haast drukte ik éénmaal het verkeerde knopje in zodat we tweemaal tweede en éénmaal eerste klas hadden. We moesten op spoor 2 zijn en overstappen in Samedan. Daar hadden we 4 minuten maar de treinen stopten tegenover elkaar. Een conducteur hebben we niet gezien, moesten we ons daarvoor zo haasten? De tweede trein werkte een beetje als een bus: je moest via een knopje aangeven of je de volgende halte de trein wou laten stoppen of niet, die Zwitsers denken toch aan alles… Uiteindelijk arriveerden we tegen 10u30 in Madulain en een voorzichtig zonnetje probeerde er wat sfeer in te brengen.

Hier begon eindelijk de tocht, het zou 6 dagen duren alvorens we terug een dorp van dichtbij zouden zien.

Het pad had geen genade met de moedige klimmers, er was geen lichte aanloop, het was direct menens. We zochten en langzaam tempo, we hadden de hele dag tijd om de hut te bereiken en de 900m te overwinnen.

Het grootste doel was: proberen droog te blijven, maar dat zag er voorlopig wel goed uit. De zon bleef af en toe haar best doen om toch wat warmte te schenken, de inspanningen deden de rest. Het pad slingerde zich breed omhoog boven het dorp in de richting van twee alpenweiden. Er was geen levende ziel te bespeuren, alleen wat vogelzang vergezelde ons: zalige rust! Nog net in het bos stopten we een eerste maal om een boterhammetje te eten, het tempo was goed en ook Geert liep goed mee, zonder problemen. We lieten de boomgrens achter ons en rondden de kaap van de 2000m, hier gingen we gedurende zes dagen niet meer onder. De eerste alm strekte zich voor ons uit en we namen een nieuwe pauze, het werd zelfs warm in de zonneschijn en een marmot begon uitbundig te fluiten toen Kathleen haar T-shirt uittrok en in topje verder liep.

De tred bij Geert vertraagde maar we hadden alle tijd. We lieten de Alp Es-cha Dadour achter ons en verlieten even verder ook het Val d’ Es-cha waarin verder door de tweede boerderij: Alp Es-cha Dadains gelegen was. We bevonden ons nu in Val Müra en recht voor ons bevond zich een groene heuvel Muot Ot genaamd, ik wist dat de hut er zich net achter bevond. We hadden nog 300 hoogtemeters voor de boeg en het pad zigzagde nu steil op die heuvel. Bij Geert ging het nu moeilijker en moeilijker, elke vijf stappen bleef hij staan, het was niet duidelijk of het een conditioneel probleem of iets anders was en we wilden hem zeker niet opjagen. De wolken begonnen ondertussen te dreigen en de regen was niet ver meer af. Kathleen en ik overlegden wat we gingen doen. Uiteindelijk werd besloten dat ik in een stevig tempo zou doorgaan tot de hut, daar de rugzak zou achterlaten om dan terug te keren en Geerts rugzak te gaan halen. Ik trok stevig door en bereikte wat later de mooi gelegen hut.

Ik gooide mijn rugzak af maar net op het moment dat ik op mijn stappen wilde terugkeren, vielen de eerste druppels en ik bracht dan maar eerst snel de rugzak naar binnen. Vlug een koekje tussen de tanden en in sneltreinvaart terug naar beneden. Een drietal mountainbikers vertrokken ook aan de hut (hoe waren ze in godsnaam tot hier geraakt?) en snelden me voorbij. Even verder vond ik de rugzak van Kathleen, eenzaam aan de rand van het pad. Zij had die al afgegooid en was zelf al teruggelopen om die van Geert over te nemen. Geert stond wat lager volledig geblokkeerd. De conditie was niet echt het probleem maar door zijn afgenomen spiermassa kregen zijn gewrichten veel meer te verduren en dit was nu letterlijk op zijn heupen geslagen met felle pijnscheuten tot gevolg. Het huilen stond hem duidelijk nader dan het lachen maar we raapten samen de nodige moed bij elkaar en zetten door tot aan de hut. Vooral bij de gedachten aan de volgende dagen zonk de moed hem letterlijk in de schoenen. We verzekerden hem dat de eerste dag altijd de moeilijkste is en dat wist hij zelf ook wel, maar hij had te veel pijn om het te geloven.

We werden niettemin vriendelijk onthaald door de Hüttenwirt, een al wat oudere man luisterend naar de naam Jos Müller, die ons meteen ons slaapvertrek toonde. De hut was boven ingedeeld in 4 afzonderlijke kamers, de onze had één verdiep matrassenlager. Hier gingen we twee nachten verblijven. We lieten onze bagage boven achter, gelukkig hadden we nog geen natte kleren, en begaven ons naar de “gelagzaal”. Ondanks het feit dat het al ruim na 14u was bestelden we toch nog soep met Engadiner Wurst en brood. De soepen in een berghut zijn altijd verrukkelijk en verkwikkend, het is eten en drinken tegelijkertijd. De Hüttenwirt haalde zijn droge humor boven: hij ging eerst de oude foto’s die her en der aan de muur hingen afdekken met doek alvorens we in de worst mochten prikken… De worst was een beetje aan de flauwe kant maar de honger en de mosterd maakten veel goed. Het was weer gestopt met druppelen buiten en het zonnetje kwam er af en toe weer aan te pas. We besloten van onze trui en jas aan te trekken en met een halve liter Calanda posteerden we ons op het terras.

Veel volk was er niet in de omgeving van de hut en we vroegen ons af met hoeveel we de nacht zouden doorbrengen. Achter de hut kwamen af en toe de scherpe kantelen van de Piz Kesch tussen de wolken priemen, maar echt vrij, gaf de berg zich niet. De voorspellingen waren ook niet goed voor de eerste dagen. Uiteindelijk werd het ons toch buiten te koud en gingen we terug naar binnen. Om 18u15 werd het avondeten geserveerd. Uiteindelijk waren we met 10 personen overgebleven. Wij zaten met 7 aan de tafel: een Zwitserse berggids met zijn kompaan (Claudio en Jorge) die de volgende dag zeker de Piz Kesch gingen doen, een jong Zwitsers koppeltje die net aan de Berninatrek waren begonnen en deze hut is de eerste halte. Het avondeten was lekker: we begonnen met dezelfde soep en hadden dan elleboogjespasta met varkensstoverij en achteraf een kommetje sla. Dit geheel overgoten we met een liter rode wijn. De wijn zorgde er voor dat ons Duits wat beter werd en we geraakten aan de babbel met vooral de berggids Claudio die het woord voerde. De verschillen en gelijkenissen tussen België en Zwitserland vormden het hoofdonderwerp, Het feit dat we 2 Alpenclubs hadden en geen bergen zorgde voor veel hilariteit. Buiten viel de regen nu met bakken uit de hemel en de gedachten aan morgen maakte me een beetje somber. Hoe zou Geert zich voelen de volgende dag? Hoe slecht zou het weer zijn? Het beklimmen van de top zelf had ik al uit mijn hoofd gezet, daarvoor hadden we een goede fitte Geert nodig en liefst ook wat deftig weer en we hadden spijtig genoeg geen van beiden. Een hele dag binnenzitten sprak me helemaal niet aan, dus besloten we om al zeker de beklimming tot aan de Porta d’ Es-cha te proberen, dit is een zadeltje dat zich net voor de opstap naar de Porchabellagletscher bevindt. Geert had gelukkig een pijnstillende zalf bij een smeerde duchtig de heup in. We kropen op tijd in de lakenzak. De kamer was helemaal voor ons, verlichting was er niet, wel nette donsdekens die voor de nodige warmte zorgden. De voorbije dag flitste nog door mijn hoofd, we gingen wel zien wat het werd…




zondag 11 november 2007

Trektocht Engadin 2007: 2. Afreis

2. Zaterdag 18 augustus 2007: Afreis


Het inpakken verliep deze keer wel wat anders. Het feit dat we nu met z’n tweeën weg waren, bracht wat meer zoekwerk teweeg. Kathleen ging de Deuter 35+10 nemen, ik de Deuter 65+10 met als gevolg dat het voor haar echt wel zoeken was om zo weinig mogelijk volume mee te nemen. We hadden de afspraak dat ieder zoveel mogelijk zijn eigen materiaal zou dragen. Alleen haar helm, die kwam bij mij in de rugzak. Een tweede klimgordel, helm en muscetons konden we van buurman Ronny lenen. Een pickel kwam van Jan, gelukkig dat we heel wat bergmakkers in de vriendenkring hebben. Het grootste discussiepunt is steeds: wat doe je mee als eten. We hadden geen enkele middag de mogelijkheid om in een berghut te eten (toch niet volgens onze planning) met als gevolg dat we toch wel wat eten nodig hadden om de dag door te komen. En stevig ontbijt en een goed avondmaal alleen volstaan niet om de nodige hoogtemeters te overwinnen. Het werd uiteindelijk een mix van enkele boterhammen, energierepen, mars, koekjes met rozijnen, bifiworstjes, chocolade, gedroogde abrikozen en noten. Mijn principe is: liever een half kilootje te veel dan ergens in nood geraken omdat er niet voldoende voedsel mee is. Uiteindelijk geraakte alles klaar, in Kathleen haar rugzak kon zelfs geen snoepje meer bij, ik had nog wel wat plaats maar gewicht was er al meer dan voldoende. Ik was sinds de vakantie in juli wel wat gewoon: Ferre had er nog een 7 tal dagen in de draagzak op mijn rug gezeten en die combinatie woog toch al gauw 18 kg. Deze rugzak was duidelijk minder zwaar maar naar goede gewoonte zette ik hem niet op de weegschaal…

We probeerden nog wat slaap te vatten en om 3u30 liep de wekker af. Opstaan om op reis te gaan is nooit echt een probleem geweest, om te gaan werken is dit soms wel moeilijker… Er werd nog eens nagekeken of alles er was en om 4u35 draaide Geert de oprit op. Het deed wel een beetje raar om niet met de eigen wagen te rijden zoals gewoonlijk. Ik word al snel wagenziek en daarom verkies ik meestal om zelf te rijden. Geert had echter net een bijna nieuwe verlengde Renault Espace gekocht met alles erop en eraan en stond erop om die te nemen. Ik had toegegeven op voorwaarde dat ik zelf mocht rijden en zo geschiedde. Een van de koplampen bleek het niet te doen en Geert had het thuis niet meer kunnen herstellen, dus maar zo op pad. Ook de reserve batterij voor het fototoestel en het kompas was in Berlaar achtergebleven, dit alles veroorzaakt door een plotse diarree aanval, waardoor zijn gedachten even op andere zaken stonden. Gelukkig was het net op tijd aan de beterhand zodat de reis niet in het gedrang kwam. We staken nog vlug de lader voor het fototoestel in de rugzak en zetten koers richting Herentals. Na een laatste tankbeurt namen we de E313 richting Duitsland. Het was vrij rustig op de snelweg en we vorderden snel. We hadden een eerste korte stop in de buurt van Koblenz en een tweede op ongeveer 50km van de Zwitserse grens om nog een vignet te kopen. Aan de grens met Zwitserland stond een lange rij wachtenden en zoals dat altijd gaat, is de rij naast de jouwe steeds sneller. Uiteindelijk deed een vrouwelijke douane beambte teken dat we doorkonden: Zwitserland !!! We maakten nog één stop aan de voet van de Julierpas en arriveerden om 15u30 in St.-Moritz bij Hotel Stille gelegen net naast de Jeugdherberg.

Dit ging onze uitvalsbasis worden. Ik had net als in 2004 via Internet geprobeerd om een reservatie te maken in Hotel Sonne waar we toen verbleven hadden, maar deze keer hadden ze geen enkel teken van leven gelaten, het Hotel was nochtans open… Hotel Stille bleek een goed alternatief als budgethotel. In 2004 bestond het nog niet, anders was het me wel opgevallen in de zoektocht naar goedkoop onderdak. In een plaats als St.-Moritz in het zomerse hoogseizoen is dit niet vanzelfsprekend. De zon scheen uitbundig langs de cumuluswolken en de receptie bleek pas om 16u open te gaan, dus maakten we nog een kort wandelingetje in de buurt om de benen wat te strekken en om Geert de mogelijkheid te geven wat Zwitserse franken af te halen. Terug in het hotel aangekomen stonden we nergens op de reservatielijst. Je moet hier niet te veel van voorstellen: de lijst bestond uit een groot vel papier, netjes in vakjes verdeeld en ingevuld met potlood en daar stond geen enkel vakje met onze naam in… Gelukkig was er wel plaats en toen ik ook nog eens de bevestiging via email opdiepte, klaarde de hemel weer op: we kregen kamers toegewezen. Deze waren ingedeeld per twee, met telkens twee bedden op elke kamer en een toilet, douche en twee lavabo’s in een gemeenschappelijke ruimte.

Meer moest dat niet zijn. Het ontbreken van badhanddoeken leek even een probleem maar ons samengebundeld Duits bracht hier ook redding. Van uitpakken was er nauwelijks sprake, we gingen dan ook weer vlug naar buiten om nog wat van het zonnetje te genieten, een aperitiefje te drinken en een restaurant voor het avondeten te zoeken. Een aperitiefplaats was snel gevonden, nergens in de buurt kon je Appenzeller aan dezelfde prijs drinken dan in het Intersoc hotel Stahlbad, we kenden daar nog zeer goed de weg door ons gezamenlijk verleden al blijft er na al die jaren toch niet veel meer hangen van die nostalgie. De tweede Appenzeller smaakte zeker zo goed als de eerste… De keuze voor het avondeten was gevallen op Hotel Sonne, zodat we ons niet te ver hoefden te verplaatsen. De eetzaal zat echter overvol en er was wat aandringen nodig om toch een plaatsje te krijgen alvorens anderen aan dezelfde tafel zouden komen eten. Het diner werd dan ook in sneltreinvaart opgediend, de gezelligheid ten spijt. Kathleen bestelde pizza Quattro Stagioni, was het een voorteken? We bespraken de tocht van morgen en de weersvoorspellingen. De tocht was vrij eenvoudig, de weersvoorspellingen eerder wisselvallig. Na het eten wandelden we nog even door het bos en onder een heldere hemel trokken we op tijd naar ons hotel en ons bed.


Trektocht Engadin 2007: 1. Proloog

“Quattro Stagioni”,

Of het verslag van een trektocht in Engadin anno 2007

1. Proloog


Na onze prachtige queeste van de nostalgie in Engadin in 2004 hadden Fried, Geert en ik gezworen om nog eens terug te komen naar dit gebied voor een tweede huttentocht. We hadden wel ondervonden dat de gemaakte tocht in 2004 dicht bij onze toenmalige grenzen zat en er werd dan ook besloten om die grenzen op de één of andere manier te verleggen. Echt lang hebben we hier niet moeten over nadenken. Na wat rondvragen, zoeken en surfen kwamen we terecht bij de Vlaamse Bergsport- en Speleologiefederatie en meerbepaald bij BPA (Bergsportvereniging Provincie Antwerpen), die een hooggebergtecursus organiseerde. Het programma was wel vrij druk om te combineren met het dagdagelijkse leven maar we besloten na wijs beraad dat dit toch wel de moeite zou zijn als we ooit een stapje verder in het hooggebergte wilden zetten. De cursus was zeer leerrijk en het enthousiasme van de lesgevers sloeg al vlug over. Mijn gezondheidsverleden liet me spijtig genoeg niet los. Net na onze huttentocht in juli 2004 en voor de geboorte van onze derde zoon Ferre, werd ik voor de derde keer met een niercrisis getrakteerd: nierstenen dus. De combinatie van de Ziekte van Crohn en de erfelijkheidsfactor maakte van mij een gewillig slachtoffer om met nierstenen te kampen. Een echt groot probleem is dit niet maar het heeft wat tijd nodig om zich “op te lossen”. Een groter probleem was echter dat bij één van de radiografieën ook galstenen werden opgemerkt en nogal redelijk veel. Ook dit bleek een bijwerking van de ziekte te zijn. Last had ik daar helemaal niet van maar vroeg of laat weet je wel dat die last gaat komen. De moeilijke beslissing werd dan in het vroege voorjaar van 2005 genomen om de galstenen samen met de galblaas operatief te laten verwijderen. Meteen werd er dan ook voor mij een punt gezet achter de cursus. Omdat ik al enkele buikoperaties achter de rug heb, kon men mij niks garanderen of dit met een eenvoudige kijkoperatie kon gedaan worden. Het resultaat was dat ik alle theoretische lessen heb kunnen volgen maar een heleboel praktijklessen en klimdagen heb moeten missen, maar dat is nu eenmaal het leven. Gelukkig konden Fried en Geert wel doorzetten en ze gingen me dan later wel verder inwijden in de touwtechnieken. Een tweede resultaat van deze cursus was dat Geert en Fried in de zomer van 2005 op stage zouden zijn en er dus geen huttentocht samen op de planning kwam. Geert en Fried haalden met glans hun diploma na de schitterende stage in Vent, Ötztal en er werden al plannen gemaakt voor grootse dingen in 2006…Monte Rosa massief?

Een tweede maal sloeg het noodlot toe, en deze keer heel wat harder… Geert werd op het einde van 2005 en het begin van 2006 geconfronteerd met twee zware aanvallen van MS die hem volledig knock out sloegen: hij kon nog nauwelijks lopen en zag alles dubbel. Het was jaren geleden dat hij nog een zware aanval had gehad en voor mij was zijn ziekte een beetje op de achtergrond geraakt. Dit nieuws sloeg echt in als een bom. Het was ook heel moeilijk te voorspellen hoe en of dit zich ging herstellen, als vriend sta je dan echt machteloos. Maar Geert heeft doorgebeten, heel moeizaam met veel vallen en opstaan…Onze vriendschapsband werd er sterker op, ik wilde hem helpen zoveel en waar ik ook kon: veel was dat niet want ons eigen gezinsleven en de afstand maakte een regelmatig bezoek onmogelijk. Gelukkig hadden we frequent emailverkeer. Tijdens het herstelproces kwamen er voor hem ook nog relatieproblemen bij met uiteindelijk een scheiding als gevolg.

Toen ik in januari 2006 een aanbod kreeg van andere vrienden om samen met hen een huttentocht te ondernemen, zat ik met een reuzengroot dilemma opgescheept. Ik wilde Geert niet in de steek laten, hij was volop met revalideren bezig maar we hadden er geen zicht op hoe lang het kon duren. Uiteindelijk werden onze eigen plannen om met hetzelfde drietal iets te ondernemen tijdens de zomer van 2006 opgeborgen wegens niet haalbaar. De contacten met Fried waren ondertussen wat verwaterd ook al omdat zijn leven een nieuwe wending aan het nemen was. We besloten van ons beiden aan te sluiten bij de plannen van mijn andere vrienden in de hoop dat Geert eventueel zou klaar geraken tegen de zomer. Dit was echter een opportunistische gedachte. Geert herstelde wel, maar het ging veel langzamer dan gehoopt, uiteindelijk besliste hij voor zichzelf dat de zomer van 2006 te vroeg ging komen. Achteraf gezien was dit een wijze beslissing. We maakten een prachtige doch zware huttentocht doorheen de Verwallgruppe en de Lechtaler Alpen.

Het herstel verliep steeds beter en in het najaar van 2006 begonnen de eerste plannen te rijpen voor de zomer van 2007. Ik wilde deze keer absoluut mijn vrouw Kathleen niet voorbijlopen. Ik weet hoeveel ze van de bergen, de rust en het wandelen houdt en een heuse meerdaagse huttentocht had ze nog nooit ondernomen. Veel keuzes dienden er niet gemaakt te worden, na 3 jaar wachten ging het opnieuw Engadin worden. De bedoeling was om een aantal toppen uit te kiezen die we in het verleden nooit gedaan hadden om verschillende redenen: niet geraakt wegens slecht weer tot te ver om te doen op 1 dag. Het aanbod van toppen was duidelijk: er liggen er meer dan genoeg, de keuze maken was al wat anders en dan moesten ze ook nog aan elkaar geregen worden. Naast alle mooie voordelen die het Engadin biedt door zijn hoge ligging is er één groot nadeel. Door de bereikbaarheid van zoveel 3000-ers binnen 1 dag, liggen er relatief weinig hutten in het gebied en is het telkens een puzzel om alles binnen begaanbare afstand te krijgen. De toppen werden uiteindelijk 1. Piz Lagrev (3164m) in al zijn onbereikbaarheid: zowel Geert als wij samen hadden al 2 pogingen ondernomen in een ver verleden maar waren telkens gestrand wegens slecht weer of tijdnood, 2. Piz d’Agnel (3205m) een top op de weg naar de Jenatschhütte, 3. Piz d’Err (3378m) de tweede hoogste top van de Jenatsch-omgeving na de Piz Calderas (die we in 2004 deden) en als kers op de taart 4. Piz Kesch (3418m) een schitterende mastodont in de Graubundner Alpen. Als uitvalsbasis hadden we enkel de Jenatschhütte en de Es-chahütte op de kaart gevonden en hier begonnen de problemen. Om te beginnen hadden we één dag over, wat ons toeliet om een inlooptocht te doen, maar dit bracht mee dat we een extra slaapgelegenheid diende te zoeken. Het moet gezegd dat het niet ontbreekt aan hotels in deze streek maar de betaalbaarheid laat al vlug de wensen over om te passen binnen een budgetvriendelijke stap- en klimvakantie en we streven er naar om zoveel mogelijk de hotels te laten liggen. De wintermaanden gingen voorbij en de plannen kregen meer vorm. Geerts herstel vorderde nog steeds en hij begon zelfs al terug met looptraining. Een wonder als je hem het jaar voordien had bezig gezien. Omdat één huttentocht op een jaar al lang geen voldoening genoeg geeft aan mijn steeds aanwezige berghonger, stond er voor mij in juni nog een nieuwe mijlpaal op het programma. Ik moest en zou die magische grens van 4000m doorbreken. Samen met Ronny, mijn buurman hebben we deze schitterende tocht (Bishorn, 4153m) tot een goed einde weten te brengen, ook al een sein dat het met de conditie wel goed zat.

Het zoeken naar oplossingen voor overnachting begon ook vruchten af te werpen. Ik ontdekte dat in 2006 de Julier Hospiz opnieuw was geopend en men bood er ook weer overnachtingen aan. Gelegen op de Julierpas was dit een godsgeschenk op onze route. We hadden nu nog één probleem: wat doen we als inloop? In principe stond er de eerste echte dag meteen de beklimming van de Piz Lagrev op de planning en 1360m klimmen als inloopwandeling was van het goede teveel. Geert had trouwens nog geen enkel idee hoe het werkelijk met zijn conditie en fysieke paraatheid stond. Een verblijf samen met Sabine, zijn nieuwe liefde in juni in St.-Moritz bracht wel wat duidelijkheid: van zeer moeizaam de eerste dag, slaagde hij er toch in om 900m klimmen af te werken op één dag. Dit was nog niet voldoende om een hele week mee te kunnen en het ontbrak hem ook nog aan een zware rugzak, maar het was zeker bemoedigend als je wist van waar hij was gekomen. Hij had nog 2 maanden om te trainen… Zoals vaak loste het probleem zichzelf op. Toen ik net na onze deugddoende gezinsvakantie in het Zillertal begon rond te mailen en te bellen om de overnachtingen te reserveren, diende zich een nieuw probleem aan. Volgens onze planning zouden we op maandagavond logeren in de Julier Hospiz. Maandag bleek echter de wekelijkse sluitingsdag te zijn, er brak dus een schakel in onze ketting. Tot Kathleen op het eenvoudige maar niet minder lumineuze idee kwam om de hele tocht gewoon om te draaien. Het idee was nooit in ons opgekomen omdat we de Piz Kesch echt als de kers op de taart zagen aan het einde van de week. Nu zou het de eerste top worden maar we hadden dan wel de vrij makkelijke aanloop naar de Es-chahütte als inloopwandeling. Op die manier werd de tocht ook automatisch een dag langer en hadden we geen overnachtingproblemen meer. Het reserveren van de andere hutten was geen probleem. Ik werd aan de telefoon heel vriendelijk te woord gestaan door de respectievelijke Hüttenwirt van de Es-chahütte en de Jenatschhütte. De eerste was zelfs heel geïnteresseerd wat we juist wilden gaan doen en bood al meteen touw ter beschikking om Piz Kesch te beklimmen.

Ondertussen was onze derde kompaan van 2004 Fried nog even in beeld gekomen. Fried had na 2004 de liefde van zijn leven leren kennen en was druk bezig aan zijn tweede leven, nu met vriendin en twee leuke dochters. Niettegenstaande dat was hij wel steeds uitgenodigd om aan deze tocht deel te nemen en even zat het er ook wel in dat hij dat samen met Sandra ging doen. Problemen met verlofregeling strooiden echter roet in het eten en we bleven met z’n 3 over. De startdatum naderde en het aftellen was begonnen. Er stond voor Kathleen en mij nog één ultieme trainingstocht op het programma. Op vrijdag 10 augustus 21u stonden we samen in Bornem aan de start van onze 3e Dodentocht. En op zaterdag 11 augustus om 14u02 waren we terug in Bornem na 17 uur 2 minuten en 100 km. Conclusie: de conditie was ok, nu nog even de spieren laten rusten. Er komt nog wel wat organisatorisch werk bij kijken om de 3 zonen te huisvesten bij ouders en schoonouders en dit terwijl we de laatste week ook nog gingen werken, er was echter geen andere mogelijkheid. Geert had het op dat vlak iets gemakkelijker. Hij had de volledige maand augustus ouderschapsverlof genomen maar zat dan weer wel met moeilijkere familiale omstandigheden. En de weersvoorspellingen? Wel, die deden echt niet mee…Het zag er naar uit dat we zeer mooi weer gingen krijgen…om naar St.-Moritz te rijden, de dagen daarna kondigde zich nat en fris aan. Niks aan te doen, we zouden wel zien wat het werd!

woensdag 19 september 2007

Deel 4 (einde) Zillertal 2007

Dag 7: Dinsdag 24 juli: Gerlospaß – Krimmler Wasserfälle.

De dag begon doodgewoon als altijd, met het brood op de mat en het krantje erbij, we waren nu echt wel thuis hier in Finkenberg. Er was maar één gewoonte die het die morgen liet afweten en dat was het zonnetje om ons te wekken. Wat de avond ervoor al voorspeld was, kwam spijtig genoeg uit. Een dik wolkendek hing over het Zillertal en met perioden viel er een stevige plens water uit. Gelukkig was dit voorzien en we hadden al beraadslaagd wat we op de regendag gingen doen. We hoopten dat het niet de hele dag zou duren en gokten een beetje op opklaringen elders. Daarom besloten we om een uitstap naar de Krimmler Wasserfälle te maken. Deze waren ons aan alle kanten al aanbevolen (kijk maar even op www.alpenfreaks.be). We namen rustig de tijd om te ontbijten, niet dat we anders gehaast waren, maar bij mooi weer kriebelt het toch wel wat meer om er zo vroeg mogelijk bij te zijn. We deden eerst de noodzakelijke boodschappen en zetten dan aan richting Gerlos. Het eerste stuk van de weg was ons al bekend door de uitstap van afgelopen zondag. Hoe hoger we echter gingen, hoe lager de wolken hingen, niet echt abnormaal natuurlijk maar tegen dat we de pas naderde zagen we nog nauwelijks iets. In de afdaling stopten we enkele malen om een glimp op te vangen van de watervallen, maar het bleef maar gieten. Hieronder zie je gelukkig op het bord wat we hadden moeten zien.

De andere stopplaatsen hadden bijna hetzelfde effect… Gelukkig hebben ze beneden aan de watervallen een volledig nieuw themapark gebouwd waar alles rond water draait. Je krijgt er zelfs je tolgeld terugbetaald als je de inkom betaalt. Het park is een aaneenschakeling van allerlei fysische wetten rond water die op een hele leuke, speelse en didactische manier worden duidelijk gemaakt voor kinderen en volwassenen.



Er wordt een film gespeeld over water, je kunt er binnen een heleboel zaken gaan bekijken van kunstjes en trucjes tot een heuse kwis, alles in hetzelfde thema. Neem gerust eens een kijkje op http://www.wasserwunderwelt.at/ voor meer informatie. Ondanks het leuke park was het water dat van boven kwam er toch wat teveel aan, het was lange geleden dat ik nog zo nat ben geweest. Mijn GSM heeft twee dagen moeten drogen eer ik hem kon reanimeren.



We bezochten nog het laagste stuk van de waterval en beloofden elkaar plechtig om terug te komen bij schitterend weer om dan eens een heuse dagtocht te maken in dit prachtige gebied.



Alsof Murphy er mee gemoeid was, klaarde het op de terugweg prachtig op en konden we toch nog enkele mooie beelden maken van Gerlos.




Dag 8: Woensdag 25 juli: Lanersbach – Eggalm – Grüblspitze (2395m) – Ramsjoch (2508m) – Torseen – Geislerhof – Lanersbach

Het slechte weer, hoe kan het ook anders tijdens ons verlof, was van zeer korte duur en de volgende morgen kondigde zich weer mooi aan. Er dreven nog wat lage wolken en nevelslierten van het overtollige vocht, maar die zouden de tocht en het uitzicht een extra dimensie geven.



Omdat de voorbije dag voor de benen toch wat rustiger was geweest, stonde de jongens al te springen om er vandaag weer eens deftig in te vliegen. Met de stempelkaart in de aanslag want er vielen vandaag wel 5 stempels te halen!!! Het was tevens onze laatste dag van de Zillertal Active Card, dus wilden we nog wel eens een kabelbaantje nemen. De keuze was al enkele dagen geleden gemaakt en we vertrokken met de wagen naar Lanersbach om er met het liftje naar de Eggalm te gaan. Van daar waren er prachtige tochten te doen.









Het was nog rustig in dit vroege uur en de lift was net open. Boven gekomen stapten we onmiddellijk door tot aan de Eggalm zelf. Het uitzicht was schitterend. Het contrast van de blauwe lucht, het tegenlicht en de wolken onder ons gaven een surrealistisch resultaat.



De warmte van de eerste vakantiedagen hadden we wel moeten prijsgeven maar we waren al lang blij dat de zon terug van de partij was!





Ons eerste doel was de Grüblspitze, een groene puist gelegen boven het Tuxertal en ongeveer 450m klimmen vanaf het bergstation. We waren ondertussen niet meer alleen op pad en hoe dichter we bij het eerste doel kwamen, hoe meer mensen er ook waren. De top was een gezellige drukte, net genoeg om niet hinderlijk te zijn en er werden naar hartelust fototoestellen uitgewisseld om iedereen vast te leggen aan het mooie Gipfelkreuz.



Nu moesten we eerst een stukje dalen alvorens weer een vrij steil stuk te nemen tot het Ramsjoch, het hoogste punt van de dag, van daar uit zouden we in totaal nog een 1230m moeten afdalen, gespreid over de rest van de dag.













Warm was het zeker niet en het leek of de zon toch nog moeite deed om net niet te moeten schijnen waar wij liepen. De achterkant van het Ramsjoch opende een totaal nieuw landschap. Plotseling veranderde de groene alpenweiden in een ruwe puinhelling bezaait met annemonen. We konden de meertjes van de Torseen al in de verte zien liggen en tegen het middaguur bereikten we onze picknickplaats.



Een klein riviertje zorgde voor de voeding van het grootste meertje van de verzameling en de monding lag verscholen in een zee van wolgras.





Het was er spijtig genoeg te koud om er lang te verblijven, de jongens legden nog de eerste hand aan een dammetje en we trokken alweer verder naar beneden om eerst te passeren langs de Nasse Tuxalm.



Van hieruit leidde een brede weg ons naar het Geislerhof zodat Ferre ook weer wat kon stappen en dit werd beloond met een lekker ijsje.





Na nog enkele leuke smalle padjes door het bos en een lange afdaling tot het dorp kwamen we moe aan bij de wagen. Het was weer een prachtige dag geweest.




Dag 9: Donderdag 26 juli: Schlegeisspeicher (1782m) – Olpererhütte (2388m) – Berliner Höhenweg – Friesenberghaus (2477m)

Op aanraden van Heiko hadden we een bezoekje aan de Schlegeisspeicher op onze planning gezet en terecht. De weg er naartoe was al heel spectaculair door de tunnels in natuursteen en de smalle wegen. Je moet er wel wat tijd voor uittrekken doordat de tunnels maar één baanvak hebben en het dus beurtelings rijden is met verkeerslichten. We parkeerden uiteindelijk op de verste parking en kozen voor het pad naar de Olpererhütte. Iedereen had er weer duidelijk zin in!





Ferre steigerde wel weer even bij het zien van de draagzak maar ik kon hem toch weer overtuigen. De klim naar de hut was een continue stijgen zonder al te veel rustmomenten waarbij we het stuwmeer in een steeds wisselend decor konden aanschouwen.





Uiteindelijk was de hut in zicht. De oude hut was volledig afgebroken en men was druk bezig om een nieuwe te bouwen. Enkele bouwvakkers namen de moeite om in een materiaalcontainer op zoek te gaan naar de Hüttestempel maar tevergeefs. Probeer dat maar eens duidelijk te maken aan je drie zonen die zich de moeite van de klim getroost hebben om een stempeltje te kunnen bemachtigen… We spraken dan maar de knapzak aan en waren beter af dan een groepje Antwerpenaren die zonder eten op pad waren en gedacht hadden hier de hongerige maag te kunnen vullen. Ze hadden wellicht niet gelet op het feit dat bij de naam van de hut beneden een duidelijke boodschap “Gespert” stond.







Na wat versterking besloten we de weg verder te zetten richting Friesenberghaus, we hadden nog wel wat tijd en gokten op nog een tweetal uurtjes stappen. Het pad was niet altijd gemakkelijk en we moesten tot boven de 2600m klimmen om dan terug af te dalen naar de volgende hut.





De hut was prachtig gelegen in de buurt van een klein meertje en na dik twee en een half uur stappen zonder rusten bereikten we ons laatste doel.





We trakteerden ons op een verkwikkende cola en een prachtig vergezicht alvorens terug af te dalen richting stuwmeer.







Veel tijd voor de afdaling hadden we niet want de tolweg sloot om 18u. De terugweg met de auto liep ook niet van een leien dakje. In de laatste tunnel bleek een lijnbus met hydraulische problemen vast te zitten waardoor we achterwaarts ongeveer 500m ver terug uit de tunnel moesten rijden, om dan via een omweg beneden te geraken. Uiteindelijk bereikten we tegen 19u30 ons landhuisje.


Dag 10: Vrijdag 27 juli: Erlebnisweg in het Tuxertal.

Na de lange toch van gisteren had ik de draagzak voorgoed vaarwel gezegd. Mijn rug en schouders begonnen er genoeg van te krijgen en op deze laatste dag kozen we voor de Erlebnisweg in het Tuxertal, speciaal aangelegd voor de kinderen. Je stapt van speeltuin naar attractie en verzamelt onderweg de stempeltjes om op het einde je kaart in de wisselen voor een prachtige T-shirt. Het was opnieuw warm maar een tikkeltje onweerachtig. We deden de tocht in omgekeerde richting (van Hintertux naarVorderlanersbach), wat ons nog wat problemen bezorgde om het juiste pad te vinden.









Uiteindelijk kwam alles weer goed en werd het een leuke dag met de buggy en tevreden kinderen.

Dag 11: Zaterdag 28 juli: Naar Wechelderzande.

Over de terugweg kunnen we kort zijn, alles verliep vlotjes en zonder problemen en eindigde met de traditionele frietjes thuis. We hadden er een schitterend verlof opzitten en ik kan iedere bergliefhebber een verblijf in het Zillertal aanraden, er is voor iedereen wel iets leuk te vinden en als je zo’n gastgezin uit de duizend kan ontmoeten zoals wij, dan maakt dat je vakantie nog veel meer geslaagd. Landhaus Sonnenschein is voor ons een tweede thuis geworden en dat zal het hopelijk nog dikwijls zijn. Onze zomervakantie voor 2008 is al geboekt en wat meer is, Heiko en Juliette hebben ons zelfs kunnen overtuigen om een eerste wintervakantie uit te proberen bij hun. Één ding is al zeker, we hebben er nieuwe vrienden bij!



© Kurt Desmedt